Written by Carolyt Koops. Published with permission. Translation to follow.
Jan Matse 1805 – 1887 Molenaar op de Malle Molen in Kort Akkeren, Gouda (Voorheen Broek)
Gepubliseerd door de gemeente Gouda, ‘Verhalen rond de Malle Molen’
Dit verhaal gaat over Jan (Johannes) Matse die leefde van 1805 tot 1887. Hij woonde en werkte maar liefst 53 jaar op de molen.
Jan was geboren in Broek in 1805. In 1806 werd hij gedoopt en op 20 oktober 1831, bij een temperatuur van 15 graden, trouwde hij met Aaltje de Vos, oud 18 jaar, afkomstig uit Gouda. Jan kwam uit een geslacht dat meerdere watermolenaars had voortbracht. Grappig is dat hij met het beroep “bouwman” door het leven ging. Als watermolenaar was je in dienst van schout en poldermeesters. Voor een jaarloon van f 75,- werd in 1817 in de Weijpoortse molen in Bodegraven watermolenaar Jannes van Vliet in dienst genomen. Een lange waslijst van instructies werd opgetekend waaronder bijv. het onderhoud van straat en erf, maar ook van de molen zelf. Zo moesten iedere acht dagen de roeden ondersteboven worden gezet en de zeilen ten allen tijden goed droog gehouden worden. Ook moesten de glazen schoon gehouden worden en mocht er een breken, dan waren de kosten voor de molenaar.
Voor “onze” Jan gold hetzelfde.
In 1834 was hij samen met zijn Aaltje op de molen komen wonen. Zij hadden toen een zoontje en een dochtertje en op de molen waren sindsdien nog 9 kinderen geboren en 9 keer had de molen in de vreugdestand gestaan. Niet alle kinderen waren groot geworden. Bartolomeus, die in 1837 werd geboren werd maar 9 weken oud en Johannes Jacobus uit 1846 maar een maand. De eerste Helena uit 1847 werd ook maar 4 maanden oud, maar gelukkig ging het met de tweede Helena beter, die uit 1850…
Dit verhaal speelt op maandag 25 augustus 1851. Moeder Aaltje is net weer uit het kraambed van Gijsberta die op 11 augustus geboren is. De vroedvrouw was tevreden geweest na de bevalling, maar het was Aaltje niet meegevallen. Naar Gouda om te bevallen, zoals Jan had voorgesteld, had ze niet gewild; het St. Catharina Gasthuis was een ziekenhuis waar o.a. hoeren werden behandeld op de “syphilistische bovenzaal” en het St. Elisabeths-gasthuis kostte flink centen! Bovendien had ze de hulp van dochter Maria, bijna 17 nu en bijna net zo oud als toen ze zelf Jan trouwde! Maria was haar steun en toeverlaat; ze wist hoe ze de zuigeling moest bakeren, maar ook hoe huishouden en de molen werkte!
Op die maandag kwamen schout en poldermeesters langs voor een schouw. De schouw was aangekondigd en Jan had de pest in. De vorige keer was hij beboet omdat hij een visnet vlakbij de watergang had hangen terwijl de molen onderzeil was. Volgens de schout hing het net te dichtbij de watergang, hetgeen door Jan was tegengesproken. Dat laatste had hij beter niet kunnen doen want de jonge schout was in zijn wiek geschoten en vervolgens zat Jan in de maling! Jan had Aaltje en Maria gewaarschuwd: als ze kwamen, rond tienen… alleen koffie en GEEN kraamtraktaties! Jan zou eens even laten zien dat hij op eigen wieken kon drijven! En nu was hij weer de hele dag op schouw geweest, had de plank gedragen (waartoe hij verplicht was) om schout en poldermeesters de sloten te kunnen laten oversteken en moest zijn best doen om zich niet door dezelfde jonge schout te laten uitdagen. De poldermeesters sloofden zich uit, bekeken de waterkanten uitvoerig en hadden alleen oog voor wat er in en op het water te zien was.
Het liep al tegen vieren toen ze eindelijk rechtsomkeert maakten. Omdat ze alles te voet hadden afgelegd en zonder schouw de polder in waren getrokken was de molen
inmiddels uit het zicht verdwenen en toen ze hem tegen vijven weer in het vizier kregen dacht Jan dat zijn hart stil bleef staan. In de verte zag hij iemand aan komen hollen. Een jongensstem riep…”vader, vader!” Was het Adrianus, zijn oudste, of Johannes, zijn tweede zoon? Jan wist het niet, maar begon de jongen tegemoet te rennen, tegen beter weten in. De stand van de molenwieken zei genoeg… alleen wist Jan niet over welk gezinslid het ging! Was het Aaltje, of was het een van de kinderen waarvoor de molen in de rouwstand was gezet?
Schout en poldermeesters namen er hun gemak van….hier was toch geen lopen tegen.
Jan had inmiddels Johannes bereikt. Buiten adem vertelde de jongen dat de kleine Gijsberta er niet meer was. Het kleine meisje had dood in de krib gelegen toen Maria haar eruit wilde halen zodat Aaltje haar kon voeden. Toen Jan en Johannes de molen binnenstapten troffen ze verslagen en gelaten gezichten. Het was niet de eerste keer dat zo’n kleine boreling wegviel uit hun midden, maar wennen deed het nooit. Jan liep met Aaltje naar het kleine dochtertje. Maria stond er zacht huilend naast; het leek net of Gijsberta gewoon sliep en telkens als zo’n klein broertje of zusje dood bleef voelde het of zij er een beetje de schuld aan had. Met haar moeder daarover praten kon ze niet, die was minstens net zo verdrietig en bovendien lichamelijk nog zwak na de kraam.
Uiteraard kwamen schout en poldermeesters nog even hun medeleven betuigen, om daarna met stille trom te vertrekken. Jan had al zijn kinderen zelf aangegeven bij de burgerlijke stand toen ze geboren waren, maar ook dit keer was hij niet bij machte om het overlijden van zijn dochtertje te gaan melden. Hij liet dat over aan meneer pastoor.
Dit was het treurig verhaal van Gijsberta Matse, op deze molen geboren en slechts veertien dagen oud geworden.
Nog 1 keer zouden Jan en Aaltje een kind krijgen, Johannes Gijsbertus in 1853,
vernoemd naar een ouder broertje en zijn twee jaar oudere zusje. Jan en Aaltje bleven tot hun dood op de molen wonen en werden begraven op de voormalige RK begraafplaats aan de Goudkade, niet ver bij hun molen vandaan.
Een ander, veel korter verhaal begint in 1935, terwijl de molen al geen kap meer heeft, omdat het zuiggasgemaal inmiddels allang werkt.
Het is het jaar dat de Julianasluis aangelegd wordt en dat op 15 maart dhr en mw. De Ruiter in de Mallemolen hun intrek nemen. Dhr. Jo de Ruiter is: gemaalmeester, marktmeester en rechercheur bij de politie, vrouw Mien de Ruiter werkt ook als doktersassistente in het IJzendoompark en zij en hun kinderen noemen de Mallemolen de Donderbus.
Wilt u straks verhalen horen over de Donderbus en de periode van 1935 tot 1979: het is mij een genoegen u te mogen vertellen dat wij vandaag Bep en Ank de Ruiter, dochters van het echtpaar Jo en Mien de Ruiter, in ons midden hebben.
Het laatste verhaal moet natuurlijk nog komen en daarvoor geef ik graag het woord aan wethouder Daphne Bergman:
Vanaf nu volgt een nieuw verhaal over de molen, waar wij hier het begin van schrijven: De nieuwe Mallemolen zal letterlijk en figuurlijk nieuw leven worden ingeblazen door de Vereniging van Goudse Molenaars, onder voorzitterschap van Rian Nooriander, dochter uit een bekend molenaarsgeslacht en opgegroeid in de Haastrechtse molen.
Mooi is het te zien dat binnen deze vereniging vrijwilligers, molenaars in opleiding EN gediplomeerde molenaars samenwerken en ernaar streven dat Gouda vier werkende molens binnen haar stadsgrenzen heeft.
Het is niet alleen voor toeristen belangrijk te zien dat er veel molens in de stad staan, het is voor iedere Gouwenaar belangrijk te weten dat molens bij deze stad horen, niet alleen de twee molens in het centrum, maar ook de Haastrechtse molen en deze nieuwe Mallemolen. Met name de twee molens aan de buitenkant van de stad kunnen er nl. voor zorgen dat wij in de stad droge voeten houden, op een eeuwenoude en milieu- vriendelijke manier.
Dit verhaal is op zaterdag 18 september 2010 verteld ter gelegenheid van de opening van Mallemolen.
Why do this?
- Because it gives new readers context. What are you about? Why should they read your blog?
- Because it will help you focus your own ideas about your blog and what you’d like to do with it.
The post can be short or long, a personal intro to your life or a bloggy mission statement, a manifesto for the future or a simple outline of your the types of things you hope to publish.
To help you get started, here are a few questions:
- Why are you blogging publicly, rather than keeping a personal journal?
- What topics do you think you’ll write about?
- Who would you love to connect with via your blog?
- If you blog successfully throughout the next year, what would you hope to have accomplished?
You’re not locked into any of this; one of the wonderful things about blogs is how they constantly evolve as we learn, grow, and interact with one another — but it’s good to know where and why you started, and articulating your goals may just give you a few other post ideas.
Can’t think how to get started? Just write the first thing that pops into your head. Anne Lamott, author of a book on writing we love, says that you need to give yourself permission to write a “crappy first draft”. Anne makes a great point — just start writing, and worry about editing it later.
When you’re ready to publish, give your post three to five tags that describe your blog’s focus — writing, photography, fiction, parenting, food, cars, movies, sports, whatever. These tags will help others who care about your topics find you in the Reader. Make sure one of the tags is “zerotohero,” so other new bloggers can find you, too.